Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Wijzigingswet Woningwet (bouwvergunningprocedure en welstandstoezicht)

 

Artikel Vll
1
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
2
Uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, maakt de gemeenteraad de welstandsnota bekend, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet. Tot het tijdstip van die bekendmaking, doch uiterlijk tot en met 18 maanden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, blijven de bepalingen in de bouwverordening die betrekking hebben op welstand, alsmede de artikelen 12, eerste lid, en 19 van de Woningwet, gelden zoals zij golden op de dag voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F.
3
Tenzij artikel I, onderdeel N, ertoe leidt dat voor het bouwen geen bouwvergunning is vereist, is op een aanvraag om bouwvergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet of een melding als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Woningwet die is ingediend vóór de inwerkingtreding van de desbetreffende bepaling van deze wet, alsmede op een voor dat tijdstip gedane aanschrijving als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet of aanzegging tot het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 26 van de Woningwet, het recht van toepassing zoals dat gold op de dag waarop die aanvraag of melding is ingediend, of dat de aanschrijving of aanzegging is bekendgemaakt.
4
Rechten voor het in behandeling nemen van een aanvraag of melding als bedoeld in het derde lid, worden niet gerestitueerd louter omdat het betreffende bouwen vergunningsvrij wordt.
5
Artikel 40, eerste lid, van de Woningwet blijft buiten toepassing ten aanzien van het bouwen waarmee reeds was aangevangen voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, indien op het tijdstip waarop met dat bouwen is begonnen, geen bouwvergunning was vereist.
6
De termijn van artikel 12b, vierde lid, eerste volzin, van de Woningwet vangt ten aanzien van een zittende voorzitter of een zittend lid van een welstandscommissie aan op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel. Evenwel vervalt het lidmaatschap van een voorzitter die of een lid dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel reeds drie jaar of meer zitting heeft in die commissie, drie jaar na dat tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 oktober 2001
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. W. Remkes
Uitgegeven de achtste november 2001
De Minister van Justitie,
a
H. Korthals


Jurisprudentie bij dit artikel

  • Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.

  • Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.
  •